|
Archief columns 2005 |
Oktober 2009
“God heeft het eerste woord”, zo begint
Gezang 1 in het Liedboek voor de Kerken. Daarbij sluit het aan bij het begin van
de Bijbel, waar Gods spreken de eerste woorden waren die in de schepping ooit
klonken. Woorden die licht brachten in het duister. “God heeft het laatste
woord”, zingt vervolgens het derde couplet. De laatste uitspraak die we van God
lezen in de Bijbel is “Ja, ik kom spoedig!” Dit is een belofte die Jezus
Christus uitspreekt.
De apostel Johannes verbindt in zijn evangelie het eerste Godswoord met Jezus
Christus: “Het Woord was God… het Woord is mens geworden…”
(Johannes 1:1, 14) Hij was het mens
geworden Woord dat licht van God bracht in het duister. In de Openbaring die
Johannes opschreef, zegt het Woord van God over zichzelf: “Ik ben de alfa en
de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde.”
(Openbaring 22:13 , zie ook 1:8. 21:6)
Alfa en omega zijn de eerste en laatste letter van het Griekse alfabet, de
uitersten van alle letters. Met letters bouw je woorden, van woorden maak je
zinnen en zinnen vormen een verhaal. Met de letters van het alfabet als
bouwstenen is alles te zeggen.
Zo is Jezus Christus de Alfa en de Omega, het uiterste van alles wat gezegd moet
worden. Hij is het hele Woord, Gods complete alfabet. Alfabet komt van Alef-Beth.
Alef betekent ‘eerste’ en verwijst daarmee naar De Eerste. Beth betekent ‘huis’
en Jezus was het Huis van de Eerste: Gods volheid woonde in Hem.
(Kolossenzen 1:19) In Hem heeft God alles
gezegd, alles uitgedrukt wat Hij wil vertellen.
Wie God van a tot z wil begrijpen – van alfa tot omega dus – zal moeten
luisteren naar de woorden die Hij spreekt, naar het Woord: Jezus Christus, de
levende uitdrukking van Gods verhaal. Een verhaal van liefde, aanvaarding,
bevrijding, genezing, vernieuwing, genade, vrede en nog zoveel meer… Een
allesomvattend verhaal!
Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan
het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen.
(Johannes 1:18)
September 2009
Voor heel Nederland is de
zomervakantie inmiddels voorbij. Misschien heb je genoten van een verre
vakantiebestemming, misschien bleef je dichter bij huis. Toch is het ook fijn om
weer thuis te zijn; daar is alles vertrouwd, daar heb je ruimte om helemaal
jezelf te zijn. Een bekend spreekwoord zegt dat zo: oost – west, thuis best.
In de Bijbel komt ook een tekst voor met deze twee windstreken: Zo ver als
het oosten is van het westen, zo ver heeft hij onze zonden van ons verwijderd.
(Psalm 103:12)
Een bemoedigende tekst, want niets is op aarde
verder van elkaar verwijderd dan oost en west. Maar… hoever is dat? Het is
eigenlijk onmogelijk: wie altijd naar het oosten reist, komt vanuit het westen
weer op dezelfde plaats terug en komt nooit in het oosten aan. Oost en west
vloeien in elkaar over. Zou dat dan betekenen, dat we uiteindelijk altijd weer
met onze zonden geconfronteerd worden? Zo wordt het een onbegrijpelijke tekst in
plaats van een bemoedigende…
Deze Bijbeltekst is alleen te begrijpen, wanneer we naar Golgota gaan. Op die
ene Goede Vrijdag kwamen daar oost en west samen in één lijf. Oost en west
bleken niet verder van elkaar verwijderd dan twee doorboorde handen konden
aangeven. Zo nam Jezus onze zonden op zich om ze weg te doen. Daar op die berg
kwamen niet alleen oost en west bijeen, ook hemel en aarde werden door Hem aan
elkaar verbonden. Want nu onze zonden zijn weggedaan, mogen we de hemel ons
‘thuis’ noemen. Dan is het helemaal ‘oost – west – THUIS best’.
Golgota was de plaats waar oost en west, hemel en aarde elkaar raakten. Daarmee
werd Golgota het centrum van de wereld: het kruis(!)punt van alle windrichtingen
en van hemel en aarde. Het onaanzienlijke en doorboorde lichaam van Jezus
Christus werd het begin van een hemel en aarde omvattend lichaam: de kerk –
waarin mensen uit oost en west, noord en zuid samen een eenheid vormen.
…als wij in het licht van God leven, zijn wij één met elkaar en wast het
bloed van Zijn Zoon Jezus ons schoon van al onze zonden.
(1 Johannes 1:7 Het Boek)
Juli - augustus 2009
Afscheid nemen doen we
allemaal wel eens. Als je straks op vakantie gaat, neem je voor korte tijd
afscheid van je huis, je buurt en je speelkameraadjes. Misschien ga je wel van
de basisschool af naar de middelbare school, dan neem je afscheid van je ‘oude
schooltje’ met die bekende juffen, meesters en klasgenoten. Als je gaat
verhuizen is afscheid nemen al een stuk moeilijker, dan begin je ergens anders
een nieuw leven en moet je dus afscheid nemen van al het bekende.
Ook Jezus heeft eens afscheid genomen van zijn vrienden. Dat was bij zijn
hemelvaart. In Lucas 24 staat: “Hij nam hen mee de stad uit, tot bij Betanië.
Daar hief Hij zijn handen op en zegende hen. Terwijl Hij hen zegende, ging Hij
van hen heen en werd opgenomen in de hemel.” (Lucas 24:50-51) Dat vind ik zo
mooi: Hij nam zegenend afscheid.
Afscheid nemen betekent volgens het woordenboek ‘vaarwel zeggen’. ‘Vaarwel’, dat
is iemand welvaart toewensen: ‘het ga je goed’. Vaarwel zeggen is daarmee dus
een soort zegenen: je wenst iemand al het goede toe voor de toekomst. Een mooie
afscheidsgroet vind ik ‘adieu’. Eigenlijk is dat Frans en het komt van ‘a Dieu
vous commant’. Dat betekent zoiets als ‘vertrouw je aan God toe’. Dat is mooi
als je afscheid neemt: je zegt dan eigenlijk dat je de zorg en liefde voor de
ander aan God overlaat. En dat wens ik jullie ook toe: ga met God! Adieu! (Ook
als je niet naar Frankrijk gaat…!)
Vertrouw altijd op de HEER, alleen op hem, want de HEER is een rots sinds
mensenheugenis. (Jesaja 26:4)
Juni 2009
Pinksteren ligt al weer
achter ons en nu komt er een hele tijd niets: geen enkel groot christelijk
feest. Pas in november pakken we de draad weer op, wanneer we in vier
adventsweken vooruitleven naar kerst. ’t Is dus net of met het sturen van de
Heilige Geest het werk van Jezus klaar is, het werk dat Hij begon door Kerstkind
te worden. De christelijke feestdagen volgen het leven van Jezus en nu is de
cirkel voor 2009 weer rond: Jezus kwam uit de hemel met Kerst en nu is Hij in de
hemel terug en heeft Hij zijn Geest gestuurd om bij ons te zijn. Toch is het
werk van Jezus nog niet af: het gaat door in de kerk. Want op het moment dat
Jezus zijn werk op aarde afrondde, werd de kerk juist geboren. Pinksteren is dus
geen einde, maar een nieuw begin.
Jezus wil dat de kerk verder gaat met het vertellen over Gods Koninkrijk. Want
Hij wil alle mensen redden en eeuwig leven geven. Daarom gaf Jezus zijn
volgelingen een duidelijke opdracht: “Trek heel de wereld rond en maak aan
ieder schepsel het goede nieuws bekend.”
(Markus 16:15)
Alleen wie deze opdracht serieus neemt, kan straks in november echt advent gaan
vieren: want dan kijk je vol verwachting uit naar de (terug)komst van onze
Verlosser. Hij komt terug wanneer de hele wereld het goede nieuws gehoord heeft:
“Eerst moet onder alle volkeren de Blijde Boodschap verkondigd worden.”
(Markus 13:10)
…uit de hemel verwachten wij onze verlosser, de Heer Jezus Christus. (Filippenzen
3:20b – WV78)
Mei 2009
Onze appelboom zit op dit
moment vol bloemen, dat is een prachtig gezicht. De hele boom is gewoon wit en
roze van de bloesem! Vorig jaar was dat helemaal niet zo en toen kwam er
uiteindelijk ook maar één appeltje aan… Maar dit jaar hopen we op een boom vol
appels! Zo’n appelboom met bloesem heeft als het ware de belofte van veel vrucht
in zich. Daarom zorgen we goed voor onze appelboom, zodat we straks van de
vruchten kunnen genieten!
De laatste dag van deze meimaand is het 1e Pinksterdag. Dan herdenken we, dat
Jezus’ discipelen de Heilige Geest kregen. Door de kracht van de Heilige Geest
konden ze op zo’n manier over Jezus vertellen, dat veel mensen zich bekeerden
tot God en op een nieuwe manier gingen leven. Jezus had de discipelen opgedragen
om vrucht te dragen, dat betekent: om anderen tot volgelingen van Hem te maken.
Als mensen God weer gaan gehoorzamen, zal de grootheid van God steeds meer
zichtbaar worden.
Je zou kunnen zeggen, dat het Pinksterfeest – net als onze appelboom vol bloesem
– de belofte in zich heeft van veel vrucht. Help jij op jouw manier ook mee om
anderen over Jezus te vertellen? Dan kan God straks van die ‘vrucht’ genieten!
De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht
dragen en mijn leerlingen zijn. … Ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en
vrucht te dragen, blijvende vrucht. (Johannes 15:8 en 16)
April 2009
Sinds
begin maart is ons huis aangesloten op het glasvezelnetwerk. De signalen van
internet, telefonie en televisie vliegen met de snelheid van het licht door een
dunne kabel. Dat klinkt wel heel mooi, maar eigenlijk hebben we er nog niet zo
veel aan. De meeste apparatuur is nog helemaal niet geschikt voor zulke hoge
snelheden. Om optimaal gebruik te kunnen maken van die supersnelle verbindingen
moet ik heel veel apparatuur vernieuwen, zodat ze de signalen net zo snel kunnen
verwerken als dat ze binnenkomen. Het zal dus nog wel even duren, voordat we
echt met de snelheid van het licht kunnen internetten en tv kijken.
De bijbel noemt ons 'kinderen van het licht'. (Johannes 12:36, Lucas 16:8, 1
Tess. 5:5) We zijn bedoeld om licht door te geven (Matteüs 5:14), net als de
glasvezelkabel. Het gaat dan om het licht van Gods liefde voor duistere wereld.
Maar wij zijn van onszelf niet erg geschikt om dat licht van God zuiver door te
geven. Daarvoor moet er ook bij ons eerst veel vernieuwd worden. De Heilige
Geest wil daarom ons denken en doen veranderen, zodat we meer en meer Gods licht
laten zien.
Want uw hart, dat eens vol duisternis was, is nu vol van het licht van de Here. Laat dat dan ook blijken uit uw doen en laten. Het gevolg van het licht in u, is dat u alleen maar doet wat goed, juist en waar is. (Efeze 5:5-8 Het Boek)
Februari 2009
Fietsend
door de weilanden aan de Eem tussen Amersfoort en Soest viel het me op: een
enorme rotherrie! Honderden ganzen zaten in het gras of vlogen in de lucht en
maakten met z’n allen een flink kabaal. Je zult maar in een boerderij aan de Eem
wonen, dacht ik, dan doe je ’s nachts geen oog dicht. Thuis zocht ik op wat het
voor ganzen waren en weet je hoe die lawaaipapegaaien heten? Rotganzen! Een
betere naam kun je niet bedenken, nietwaar?
Toch… ze heten geen rotganzen, omdat het rotbeesten zijn. Nee, ze worden zo
genoemd vanwege hun geluid. Rotganzen hebben een roep die klinkt als een deftig
uitgesproken ‘rotrot’. Het is dus geen scheldwoord, maar gewoon een naam die
past bij hun geluid. Dat is ook zo bij bijvoorbeeld de kievit en de grutto.
Wij worden christenen genoemd. Zou dat ook zijn om hoe we klinken? In dat geval
moeten we dus klinken als Christus. Als wij praten, spreken we dus zoals Jezus
dat zou doen. Of komt er vaak ook een heleboel rotherrie uit onze mond?
Spreekt iemand, laten het woorden zijn als van God… (1 Petrus 4:11)
December 2008 - Januari 2009
Eindelijk is de uitslag bekend: Barack
Obama wordt in januari de nieuwe president van Amerika. Het was een langdurige
en felle strijd. Alles draaide om de vraag: wie is de grootste, de beste, de
slimste? En wie kan ervoor zorgen, dat Amerika het machtigste en invloedrijkste
land op aarde blijft?
Bij God – de Almachtige – draait het trouwens helemaal niet om macht, maar om
dienen. Dan is de vraag: wie wil de minste zijn, de kleinste? Jezus leerde dat
aan de discipelen, toen die vroegen wie de belangrijkste was. Hij zette een
kwetsbaar kind in het midden van die grote mannen en zei: “Wie zichzelf
vernedert en wordt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk van de
hemel.”
Misschien dat God daarom juist als een klein kind in de wereld gekomen is. Dat
kwetsbare Kind in de voerbak kwam om ons te dienen. Daarom werd Hij in Gods
Koninkrijk de grootste!
Jezus zei tegen hen: “Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen
onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen. Laat dat bij
jullie niet zo zijn! De belangrijkste van jullie moet de minste worden en de
leider de dienaar.” (Lucas 22:25-26)