|
Archief columns 2005 |
December 2007 - Januari 2008
Heb jij
al goede voornemens? Zoals: minder ruzie maken met je broertje of zusje, beter
je best doen op school, niet meer zo veel roddelen… Als je dat veranderen kan,
word je vast meer gelukkig. En omdat er een nieuw jaar begint, heb je het idee
dat het nu ècht gaat veranderen… Een nieuw jaar, een nieuw begin! Maar ja, wat
komt daar nou na een paar weken van terecht? De meeste goede voornemens zijn in
februari alweer vergeten.
In de Bijbel kwam ik iemand tegen die ook een prachtig voornemen had: hij wilde
voortaan gaan leven naar de regels van God. Zijn voornemen heeft hij
opgeschreven in een lang lied, het langste uit de Bijbel: Psalm 119. De psalm
begint net als een nieuw jaar met een gelukwens: Gelukkig wie de volmaakte
weg gaan en leven naar de wet van de HEER.
Maar hoe doe je dat? Hoe kun je leven naar de regels van God? Je zou de hele
psalm eens moeten lezen. Dan zal je opvallen dat de schrijver steeds vraagt om
redding, hulp en inzicht, terwijl hij tegelijkertijd ook steeds God looft en
bedankt voor diezelfde dingen. En dat is de sleutel om dit voornemen een succes
te laten worden: je weet dat je het niet alleen hoeft te doen, maar met de hulp,
wijsheid en kracht van God! Alleen zó kun je de leefregels van God steeds beter
begrijpen en toepassen. En dat verandert echt iets, zodat er van je goede
voornemens wat terecht kan komen!
Maak mij, HEER, met uw wegen vertrouwd, leer mij uw paden te gaan. Wijs mij
de weg van uw waarheid en onderricht mij, want u bent de God die mij redt, op u
blijf ik hopen, elke dag weer. (Psalm 25:4-5)
November 2007
De wind is iets raars. Je kunt hem niet vastpakken, maar hij is er tóch. Je kunt de wind voelen in je haar en aan je huid. Je kunt de wind zien aan het bewegen van de boomtakken en de ronddwarrelende blaadjes op de grond. Je kunt de wind horen, als hij om de hoeken van gebouwen loeit. Eigenlijk zie en voel je alleen de gevolgen van de wind, maar de wind zelf is iets ongrijpbaars.
In het Hebreeuws (de taal van het Oude Testament) is het woord voor ‘geest’ en ‘wind’ hetzelfde. ‘Wind’ past ook goed als aanduiding van de Geest van God: Hij is overal om je heen, maar toch onzichtbaar en ongrijpbaar. Dat Hij er is, merk je alleen aan wat Hij teweeg brengt: Hij verandert mensen. Je kan de Heilige Geest dus ervaren bij mensen die Hem gekregen hebben. Zij worden nieuwe mensen: er waait in hun leven een andere Wind! Wat is er in mijn en jouw leven van Hem te zien en te merken?
De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is. (Johannes 3:8)
Oktober 2007
Het wordt in het najaar ’s avonds al snel
donker. Regelmatig schrik ik dan van fietsers, die geen licht aan hebben. Want
je ziet ze bijna niet, zeker niet als ze ook nog donkere kleren dragen. Dan ze
zijn haast onzichtbaar. Geen licht aan op de fiets is daarom gevaarlijk voor de
fietser zelf en zeker ook voor anderen. En dat terwijl het toch een kleine
moeite is om de lamp aan te doen. Dat ene kleine lampje kan namelijk het
verschil betekenen tussen een ongeluk en veilig thuiskomen.
Een gelovige moet volgens Jezus ook licht verspreiden. Dat betekent: door wat je
als gelovige doet, kunnen anderen iets van God zien. Dan gaat het bijvoorbeeld
over de manier waarop je met anderen omgaat, over de woorden die je wel of juist
niet zegt. Daarin kun je anders zijn. En misschien krijg je dan wel een keer de
kans om te vertellen waardoor je anders bent: doordat je gelooft in God.
Misschien denk je nu: maar wat kan ik nou in m’n eentje betekenen? Denk dan maar
aan dat ene kleine fietslampje, dat het verschil kan maken. En één kleine
schemerlamp is toch al genoeg om een kamer gezellig te maken? Dus: doe gewoon je
licht aan! Niet alleen op de fiets, maar overal!
Jullie zijn het licht in de wereld. … Zo moet jullie licht schijnen voor de
mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de
hemel. (Matteüs 5:14, 16)
September 2007
Je hebt vast wel eens over een evenwichtsbalk
gelopen, met je armen wijd, wiebelend om niet te vallen. Tijdens een gymles geef
ik altijd de tip om niet naar je voeten te kijken. Nee, je kunt je blik beter
richten op het uiteinde van de balk. Richt je op het einddoel, dan loop je veel
steviger. Als je alleen maar naar je voeten kijkt, kun je sneller uit balans
raken. De meeste kinderen zijn heel verbaasd als ze merken dat dit écht werkt.
Het lijkt veel veiliger om naar je voeten te kijken, maar dat is dus niet zo.
Het eindpunt in zicht houden is de beste manier om je voeten de juiste kant op
te sturen en tegelijkertijd niet te vallen, maar in evenwicht te blijven. Als je
dan het eindpunt bereikt, heb je de prijs wel verdiend.
Je kunt dit vergelijken met het leven als christen. Je zoekt naar balans tussen
luisteren naar wat God vraagt en al het andere dat je aandacht trekt. Hoe blijf
je dan overeind? Geloven kan best lastig zijn. Maar God verlangt er naar om je
straks te ontmoeten aan het eindpunt. Hij heeft de prijs zelfs al klaarliggen.
Die prijs is het eeuwig leven dicht bij Hem. Maar dat eindpunt zie je niet, als
je nu naar je voeten kijkt of naar alles om je heen. Dan kun je dus makkelijk
gaan wankelen, want er is zoveel afleiding! Je moet je ogen daarom gericht
houden op het eindpunt, op Iemand die het volmaakte evenwicht al heeft gevonden.
Die Iemand is Jezus. Als je de blik op Hem richt, blijf je beter in evenwicht en
zul je het einddoel bereiken.
God heeft u voor Zichzelf afgezonderd en u uitgekozen om u met ons een
hemelse bestemming te geven. Daarom wil ik dat u uw aandacht richt op Jezus…
(Hebreeën 3:1)
Juli - Augustus 2007
In juli en augustus verlaten we massaal onze
huizen om op reis te gaan. De één gaat naar een ander deel van Nederland, de
ander naar een land in Europa, sommigen gaan zelfs nog verder weg. Maar we
verlaten ons huis niet voor altijd: we komen na enkele weken wel weer terug.
Gelukkig maar, toch? Of kan jij je mooie spulletjes thuis soms voor altijd
missen? Ik eigenlijk niet…
In de Bijbel lezen we vaak over mensen die hun huis verlaten, maar dan wél voor
altijd. Denk maar aan Abraham, die op reis moest naar een onbekend land. Daar
moest hij met God een nieuw leven beginnen. Of aan de mensen van het volk
Israël, die hun huizen in Egypte achterlieten om op reis te gaan naar het
beloofde land Kanaän. Denk ook aan Ruth, die met haar schoonmoeder meeging naar
het land Israël, om met de God van Israël een nieuw leven te beginnen. Zij
moesten wel bijna alles achterlaten, ze moesten helemaal breken met hun oude
leven en heidense gewoonten. Ze woonden namelijk in een land waar afgoden werden
vereerd. Alleen door daarmee te breken, konden ze echt een nieuw leven beginnen,
samen met God.
Ik geloof dat wij ook een keer alles achter moeten laten: bijvoorbeeld als je
sterft of als de Heer Jezus ons komt ophalen op de wolken. Dan mag je ook een
nieuw leven beginnen, samen met God. Maar dat betekent ook dat je – net als
Abraham en Ruth – anders moet gaan leven dan veel mensen om je heen. Maar dat
doe ik graag, omdat God ons een prachtige toekomst belooft. Dat was voor Abraham
ook zo: die had geen idee waar hij heen ging, maar God beloofde hem veel zegen
en rijkdom. Alles wat je achterlaat, krijg je van God blijkbaar dubbel en dwars
terug.
Dat leven bij God is mooier dan iemand ooit gezien of gehoord heeft, zelfs
mooier dan iemand ooit kan bedenken. De apostel Paulus heeft aan die blijde
boodschap zijn hele leven gewijd. Hij heeft veel grote reizen gemaakt en kwam
uiteindelijk nooit meer thuis: hij stierf ver van huis in Rome. Ook hij liet
alles achter, maar hij vertrouwde erop, dat wat hij kwijtraakte werd goedgemaakt
door God. Heb jij ook zo’n vertrouwen in God?
… alle dingen, waar ik vroeger zoveel waarde aan hechtte, zijn voor mij
waardeloos geworden omdat ze mij afhielden van Christus. Echt, ik beschouw zelfs
alles als waardeloos, omdat niets meer waarde heeft dan het kennen van Christus
Jezus. Ik heb alles als vuilnis weggegooid om Christus te kunnen ontvangen en
één met Hem te zijn. (Filippenzen 3:7-8)
Juni 2007
Een kennis van mij woont op het
platteland en hij heeft een groot aantal kippen rondlopen die elke dag verse
eieren leggen. Het zijn er zoveel dat hij de eieren verkoopt. Ook de boerderijen
in de buurt doen dat, dus overal staan bordjes langs de weg: “Verse eieren –
niet op zondag”. Maar dat laatste zinnetje vond mijn kennis zó ongastvrij: juist
op zondag ben je niet welkom. Daarom zette hij op zijn bordje: “Verse eieren –
op zondag gratis!” Een vriendelijke oplossing.
Veel christenen zijn gehecht aan de zondag, want het is de dag waarop de Heer
Jezus opstond uit de dood. Maar sommigen maken er in plaats van een fijne vrije
dag haast een soort ’er-mag-vandaag-bijna-niks-dag’ van. Dan blijft er weinig
feestelijks over en wordt de zondag een vervelende dag. Terwijl juist de zondag
zo geschikt is om je vrijheid te vieren: Jezus leeft en daarom is er nieuw leven
voor iedereen die het gelooft! Elke zondag is het eigenlijk een beetje paasfeest
en daar passen gratis eieren eigenlijk prima bij. Gratis, want ook het nieuwe
leven dat God geeft is gratis. Elke zondag kun je daar in de kerk over horen,
maar het is voor iedereen, ook voor wie niet naar de kerk gaat. Je zou haast ook
een bordje in de tuin zetten: “Nieuw leven – elke dag gratis! Kom zondag naar de
kerk, welkom!”
Alle mensen hebben gezondigd en missen daardoor Gods nabijheid. Maar God is
zo goed en vergevend hen weer aan te nemen (zonder dat het hun iets kost en
zonder dat zij het hebben verdiend) omdat Jezus Christus hen uit de greep van de
zonde heeft bevrijd. (Romeinen 3:23-24)
Mei 2007
“Goede hemelvaart!” Altijd een beetje grappig
om elkaar dat te wensen vlak voor Hemelvaartsdag, vind je ook niet? Het klinkt
eigenlijk leuker dan “fijne Kerst” of “vrolijk Pasen”. Alsof je iemand een goede
reis naar de hemel wenst! Raar, want je gaat op die vrije donderdag helemaal
niet naar de hemel. We denken er alleen maar aan dat Jezus dat deed. Kerst en
Pasen gaan ook helemaal om Jezus. In de christelijke feesten kun je zien dat
Jezus in alles aan ons mensen gelijk werd: Hij werd geboren en ging ook weer
dood. Precies wat élk mens overkomt, toch?
Alhoewel… met Pasen stond Jezus op uit de dood en dat is mij nog nooit
overkomen! Maar toch verzekert de bijbel het ons: doordat Hij weer leeft, is er
ook voor ons een nieuw begin en eeuwig leven. Jezus kwam uit de hemel naar de
aarde om de aarde weer bij de hemel te brengen. Hij werd in alles aan de mensen
gelijk, om ons opnieuw en voor altijd in contact met God te brengen. Daarom is
de hemelvaart van Jezus ook zo hoopvol voor ons: de hemeldeur is weer open voor
de mensen. En als jij eens doodgaat, dan mag je in die open hemel verder leven
bij God. Dus wens ik je toch (voor nu en later): goede hemelvaart!
Er kunnen veel mensen wonen in het huis van mijn Vader. Als dat niet zo was,
zou ik het jullie gezegd hebben. Ik ga nu weg om een plaats voor jullie in orde
te maken, en daarna kom ik terug om jullie te halen. Dan zullen ook jullie zijn
waar ik ben. (Jezus in Johannes 14:2-3)
April 2007
Een tijdje geleden is onze cavia doodgegaan.
“Die doet het niet meer, nu moeten we een nieuwe kopen,” was het commentaar van
mijn zoontje Ezra. Ja, want dood is dood en dan is het afgelopen. Toch is dat
niet helemaal waar. Als je bijvoorbeeld een zaadje in de grond stopt, gaat het
dood. Maar dan… een tijdje later komt daar weer een jong plantje uit! Dat is
toch wel heel wonderlijk: uit iets doods komt nieuw leven…
We gaan dat de komende weken in de natuur veel zien: kale bomen krijgen weer
frisse groene blaadjes, uit de bollen komen mooi gekleurde bloemen boven de
grond, bij de boeren op het land komen de granen en het maïs weer op. Elke
graankorrel in de grond levert uiteindelijk weer een nieuwe korenhalm op met
tientallen nieuwe graankorrels erin.
’t Is vast geen toeval dat we juist in deze lentetijd ook het Paasfeest vieren.
Dan denken we er aan dat Jezus dood ging, maar na drie dagen weer opstond uit
het graf. Zijn dood leverde ons allemaal nieuw leven op, net als die ene
graankorrel die weer een nieuwe korenhalm wordt. Ook Hij werd in de grond
gestopt – dood – maar Hij kwam er nieuw en levend weer uit.
Dat is toch onmogelijk? In elk geval is het wonderlijk – net zo wonderlijk als
het zaadje dat in de grond doodgaat en even later toch weer nieuw leven
voortbrengt. Het is net alsof God in de natuur het bewijs heeft ingebouwd dat
het kán. Elk jaar rond Pasen weer. Kijk maar om je heen: overal komt nieuw leven
uit de grond als teken van het wonder van Pasen: Jezus leeft!
Als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één
graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht. (Johannes 12:24)
Maart 2007
Zonder water is het leven op aarde
niet mogelijk. Gelukkig is zo’n 70% van de aarde bedekt met water, maar daarvan
is slechts 0,5% drinkbaar… Daarom moeten we er zuinig en bewust mee omgaan. Wist
je dat ook jouw lichaam voor 70% uit water bestaat? Water is dus voor ons leven
en ons lichaam van levensbelang.
Misschien dat Jezus daarom ‘water’ als voorbeeld gebruikt om te vertellen hoe
belangrijk God voor ons leven is. Zonder water kan een mens niet overleven,
zonder water kan de wereld geen leefbare planeet zijn. Zonder God kun je dus ook
niet overleven en is de aarde geen leefbare planeet. Want als je gelooft, krijg
je Gods Heilige Geest om écht te kunnen leven. Dan ga je namelijk leven met
liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw,
zachtmoedigheid en zelfbeheersing… (Galaten 5:22) Daardoor zal het leven voor de
mensen om je heen een stuk prettiger zijn. Zie je wel: net zoals water is God
onmisbaar voor een leefbare wereld!
“Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! Rivieren van levend water
zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft.” Hiermee doelde Jezus op de
Geest die zij die in hem geloofden zouden ontvangen. (Joh. 7:37-39)
Februari 2007
Een paar weken geleden was ik
in de Turkse stad Istanbul. Eén van de mooiste gebouwen vond ik de
Suleymanye-moskee. In een moskee komen moslims om te bidden of te luisteren naar
een preek van de voorganger. Zo’n voorganger heet een imam. In die moskee kwam
ik met de imam in gesprek en hij leerde me allerlei wetenswaardige dingen over
zijn geloof.
Toen hij hoorde dat ik christen was, zei hij: “Christenen zijn rare mensen. Die
komen niet naar de kerk om Gód te ontmoeten, maar om elkáár te zien.” Ik snapte
niet helemaal wat hij bedoelde en daarom legde hij uit: “Jullie praten in de
kerk veel met elkaar en na afloop van de dienst gaan jullie samen koffiedrinken
en bijkletsen. Moslims komen naar de moskee om te bidden tot God en daarna gaan
we weer naar huis. Als je met elkaar wilt kletsen kun je beter naar een café
gaan!” Aha, ik snapte hem. Wel grappig dat verschil: wij vinden inderdaad de
ontmoeting met elkaar ook best belangrijk.
Ik heb hem toen uitgelegd, dat christenen dat van Jezus hebben geleerd. Jezus
liet zien, dat God liefde is. En wie de liefde van God voelt, zal dat ook weer
laten merken aan anderen. Doordat Jezus voor ons wilde sterven, mogen wij Gods
kinderen zijn en daarom hebben we als het ware een familieband met elkaar. In de
eerste plaats komen we dus in de kerk om God te ontmoeten. Maar daarnaast zien
we ook graag elkaar, onze broers en zussen – kinderen van God. Want in onze
liefde voor elkaar zien we iets terug van Gods liefde voor ons.
Zoals Ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn. (Jezus in Johannes 13:34-35)
Eye-opener is de maandelijkse column van Ite op kinderpagina BASiC in de Griffel, het kerkblad van de Christengemeente Soest.