Archief columns 2005
Archief columns 2006
Archief columns 2007

Archief columns 2008
Archief columns 2009
Terug


December 2007 - Januari 2008

Heb jij al goede voornemens? Zoals: minder ruzie maken met je broertje of zusje, beter je best doen op school, niet meer zo veel roddelen… Als je dat veranderen kan, word je vast meer gelukkig. En omdat er een nieuw jaar begint, heb je het idee dat het nu ècht gaat veranderen… Een nieuw jaar, een nieuw begin! Maar ja, wat komt daar nou na een paar weken van terecht? De meeste goede voornemens zijn in februari alweer vergeten.

In de Bijbel kwam ik iemand tegen die ook een prachtig voornemen had: hij wilde voortaan gaan leven naar de regels van God. Zijn voornemen heeft hij opgeschreven in een lang lied, het langste uit de Bijbel: Psalm 119. De psalm begint net als een nieuw jaar met een gelukwens: Gelukkig wie de volmaakte weg gaan en leven naar de wet van de HEER.
Maar hoe doe je dat? Hoe kun je leven naar de regels van God? Je zou de hele psalm eens moeten lezen. Dan zal je opvallen dat de schrijver steeds vraagt om redding, hulp en inzicht, terwijl hij tegelijkertijd ook steeds God looft en bedankt voor diezelfde dingen. En dat is de sleutel om dit voornemen een succes te laten worden: je weet dat je het niet alleen hoeft te doen, maar met de hulp, wijsheid en kracht van God! Alleen zó kun je de leefregels van God steeds beter begrijpen en toepassen. En dat verandert echt iets, zodat er van je goede voornemens wat terecht kan komen!

Maak mij, HEER, met uw wegen vertrouwd, leer mij uw paden te gaan. Wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij, want u bent de God die mij redt, op u blijf ik hopen, elke dag weer. (Psalm 25:4-5)


November 2007

De wind is iets raars. Je kunt hem niet vastpakken, maar hij is er tóch. Je kunt de wind voelen in je haar en aan je huid. Je kunt de wind zien aan het bewegen van de boomtakken en de ronddwarrelende blaadjes op de grond. Je kunt de wind horen, als hij om de hoeken van gebouwen loeit. Eigenlijk zie en voel je alleen de gevolgen van de wind, maar de wind zelf is iets ongrijpbaars.

In het Hebreeuws (de taal van het Oude Testament) is het woord voor ‘geest’ en ‘wind’ hetzelfde. ‘Wind’ past ook goed als aanduiding van de Geest van God: Hij is overal om je heen, maar toch onzichtbaar en ongrijpbaar. Dat Hij er is, merk je alleen aan wat Hij teweeg brengt: Hij verandert mensen. Je kan de Heilige Geest dus ervaren bij mensen die Hem gekregen hebben. Zij worden nieuwe mensen: er waait in hun leven een andere Wind! Wat is er in mijn en jouw leven van Hem te zien en te merken?

De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is. (Johannes 3:8)


Oktober 2007

Het wordt in het najaar ’s avonds al snel donker. Regelmatig schrik ik dan van fietsers, die geen licht aan hebben. Want je ziet ze bijna niet, zeker niet als ze ook nog donkere kleren dragen. Dan ze zijn haast onzichtbaar. Geen licht aan op de fiets is daarom gevaarlijk voor de fietser zelf en zeker ook voor anderen. En dat terwijl het toch een kleine moeite is om de lamp aan te doen. Dat ene kleine lampje kan namelijk het verschil betekenen tussen een ongeluk en veilig thuiskomen.
Een gelovige moet volgens Jezus ook licht verspreiden. Dat betekent: door wat je als gelovige doet, kunnen anderen iets van God zien. Dan gaat het bijvoorbeeld over de manier waarop je met anderen omgaat, over de woorden die je wel of juist niet zegt. Daarin kun je anders zijn. En misschien krijg je dan wel een keer de kans om te vertellen waardoor je anders bent: doordat je gelooft in God.
Misschien denk je nu: maar wat kan ik nou in m’n eentje betekenen? Denk dan maar aan dat ene kleine fietslampje, dat het verschil kan maken. En één kleine schemerlamp is toch al genoeg om een kamer gezellig te maken? Dus: doe gewoon je licht aan! Niet alleen op de fiets, maar overal!

Jullie zijn het licht in de wereld. … Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel. (Matteüs 5:14, 16)


September 2007

Je hebt vast wel eens over een evenwichtsbalk gelopen, met je armen wijd, wiebelend om niet te vallen. Tijdens een gymles geef ik altijd de tip om niet naar je voeten te kijken. Nee, je kunt je blik beter richten op het uiteinde van de balk. Richt je op het einddoel, dan loop je veel steviger. Als je alleen maar naar je voeten kijkt, kun je sneller uit balans raken. De meeste kinderen zijn heel verbaasd als ze merken dat dit écht werkt. Het lijkt veel veiliger om naar je voeten te kijken, maar dat is dus niet zo. Het eindpunt in zicht houden is de beste manier om je voeten de juiste kant op te sturen en tegelijkertijd niet te vallen, maar in evenwicht te blijven. Als je dan het eindpunt bereikt, heb je de prijs wel verdiend.
Je kunt dit vergelijken met het leven als christen. Je zoekt naar balans tussen luisteren naar wat God vraagt en al het andere dat je aandacht trekt. Hoe blijf je dan overeind? Geloven kan best lastig zijn. Maar God verlangt er naar om je straks te ontmoeten aan het eindpunt. Hij heeft de prijs zelfs al klaarliggen. Die prijs is het eeuwig leven dicht bij Hem. Maar dat eindpunt zie je niet, als je nu naar je voeten kijkt of naar alles om je heen. Dan kun je dus makkelijk gaan wankelen, want er is zoveel afleiding! Je moet je ogen daarom gericht houden op het eindpunt, op Iemand die het volmaakte evenwicht al heeft gevonden. Die Iemand is Jezus. Als je de blik op Hem richt, blijf je beter in evenwicht en zul je het einddoel bereiken.

God heeft u voor Zichzelf afgezonderd en u uitgekozen om u met ons een hemelse bestemming te geven. Daarom wil ik dat u uw aandacht richt op Jezus… (Hebreeën 3:1)


Juli - Augustus 2007

In juli en augustus verlaten we massaal onze huizen om op reis te gaan. De één gaat naar een ander deel van Nederland, de ander naar een land in Europa, sommigen gaan zelfs nog verder weg. Maar we verlaten ons huis niet voor altijd: we komen na enkele weken wel weer terug. Gelukkig maar, toch? Of kan jij je mooie spulletjes thuis soms voor altijd missen? Ik eigenlijk niet…
In de Bijbel lezen we vaak over mensen die hun huis verlaten, maar dan wél voor altijd. Denk maar aan Abraham, die op reis moest naar een onbekend land. Daar moest hij met God een nieuw leven beginnen. Of aan de mensen van het volk Israël, die hun huizen in Egypte achterlieten om op reis te gaan naar het beloofde land Kanaän. Denk ook aan Ruth, die met haar schoonmoeder meeging naar het land Israël, om met de God van Israël een nieuw leven te beginnen. Zij moesten wel bijna alles achterlaten, ze moesten helemaal breken met hun oude leven en heidense gewoonten. Ze woonden namelijk in een land waar afgoden werden vereerd. Alleen door daarmee te breken, konden ze echt een nieuw leven beginnen, samen met God.
Ik geloof dat wij ook een keer alles achter moeten laten: bijvoorbeeld als je sterft of als de Heer Jezus ons komt ophalen op de wolken. Dan mag je ook een nieuw leven beginnen, samen met God. Maar dat betekent ook dat je – net als Abraham en Ruth – anders moet gaan leven dan veel mensen om je heen. Maar dat doe ik graag, omdat God ons een prachtige toekomst belooft. Dat was voor Abraham ook zo: die had geen idee waar hij heen ging, maar God beloofde hem veel zegen en rijkdom. Alles wat je achterlaat, krijg je van God blijkbaar dubbel en dwars terug.
Dat leven bij God is mooier dan iemand ooit gezien of gehoord heeft, zelfs mooier dan iemand ooit kan bedenken. De apostel Paulus heeft aan die blijde boodschap zijn hele leven gewijd. Hij heeft veel grote reizen gemaakt en kwam uiteindelijk nooit meer thuis: hij stierf ver van huis in Rome. Ook hij liet alles achter, maar hij vertrouwde erop, dat wat hij kwijtraakte werd goedgemaakt door God. Heb jij ook zo’n vertrouwen in God?

… alle dingen, waar ik vroeger zoveel waarde aan hechtte, zijn voor mij waardeloos geworden omdat ze mij afhielden van Christus. Echt, ik beschouw zelfs alles als waardeloos, omdat niets meer waarde heeft dan het kennen van Christus Jezus. Ik heb alles als vuilnis weggegooid om Christus te kunnen ontvangen en één met Hem te zijn. (Filippenzen 3:7-8)


Juni 2007

Een kennis van mij woont op het platteland en hij heeft een groot aantal kippen rondlopen die elke dag verse eieren leggen. Het zijn er zoveel dat hij de eieren verkoopt. Ook de boerderijen in de buurt doen dat, dus overal staan bordjes langs de weg: “Verse eieren – niet op zondag”. Maar dat laatste zinnetje vond mijn kennis zó ongastvrij: juist op zondag ben je niet welkom. Daarom zette hij op zijn bordje: “Verse eieren – op zondag gratis!” Een vriendelijke oplossing.
Veel christenen zijn gehecht aan de zondag, want het is de dag waarop de Heer Jezus opstond uit de dood. Maar sommigen maken er in plaats van een fijne vrije dag haast een soort ’er-mag-vandaag-bijna-niks-dag’ van. Dan blijft er weinig feestelijks over en wordt de zondag een vervelende dag. Terwijl juist de zondag zo geschikt is om je vrijheid te vieren: Jezus leeft en daarom is er nieuw leven voor iedereen die het gelooft! Elke zondag is het eigenlijk een beetje paasfeest en daar passen gratis eieren eigenlijk prima bij. Gratis, want ook het nieuwe leven dat God geeft is gratis. Elke zondag kun je daar in de kerk over horen, maar het is voor iedereen, ook voor wie niet naar de kerk gaat. Je zou haast ook een bordje in de tuin zetten: “Nieuw leven – elke dag gratis! Kom zondag naar de kerk, welkom!”

Alle mensen hebben gezondigd en missen daardoor Gods nabijheid. Maar God is zo goed en vergevend hen weer aan te nemen (zonder dat het hun iets kost en zonder dat zij het hebben verdiend) omdat Jezus Christus hen uit de greep van de zonde heeft bevrijd. (Romeinen 3:23-24)


Mei 2007

“Goede hemelvaart!” Altijd een beetje grappig om elkaar dat te wensen vlak voor Hemelvaartsdag, vind je ook niet? Het klinkt eigenlijk leuker dan “fijne Kerst” of “vrolijk Pasen”. Alsof je iemand een goede reis naar de hemel wenst! Raar, want je gaat op die vrije donderdag helemaal niet naar de hemel. We denken er alleen maar aan dat Jezus dat deed. Kerst en Pasen gaan ook helemaal om Jezus. In de christelijke feesten kun je zien dat Jezus in alles aan ons mensen gelijk werd: Hij werd geboren en ging ook weer dood. Precies wat élk mens overkomt, toch?
Alhoewel… met Pasen stond Jezus op uit de dood en dat is mij nog nooit overkomen! Maar toch verzekert de bijbel het ons: doordat Hij weer leeft, is er ook voor ons een nieuw begin en eeuwig leven. Jezus kwam uit de hemel naar de aarde om de aarde weer bij de hemel te brengen. Hij werd in alles aan de mensen gelijk, om ons opnieuw en voor altijd in contact met God te brengen. Daarom is de hemelvaart van Jezus ook zo hoopvol voor ons: de hemeldeur is weer open voor de mensen. En als jij eens doodgaat, dan mag je in die open hemel verder leven bij God. Dus wens ik je toch (voor nu en later): goede hemelvaart!

Er kunnen veel mensen wonen in het huis van mijn Vader. Als dat niet zo was, zou ik het jullie gezegd hebben. Ik ga nu weg om een plaats voor jullie in orde te maken, en daarna kom ik terug om jullie te halen. Dan zullen ook jullie zijn waar ik ben. (Jezus in Johannes 14:2-3)


April 2007

Een tijdje geleden is onze cavia doodgegaan. “Die doet het niet meer, nu moeten we een nieuwe kopen,” was het commentaar van mijn zoontje Ezra. Ja, want dood is dood en dan is het afgelopen. Toch is dat niet helemaal waar. Als je bijvoorbeeld een zaadje in de grond stopt, gaat het dood. Maar dan… een tijdje later komt daar weer een jong plantje uit! Dat is toch wel heel wonderlijk: uit iets doods komt nieuw leven…
We gaan dat de komende weken in de natuur veel zien: kale bomen krijgen weer frisse groene blaadjes, uit de bollen komen mooi gekleurde bloemen boven de grond, bij de boeren op het land komen de granen en het maïs weer op. Elke graankorrel in de grond levert uiteindelijk weer een nieuwe korenhalm op met tientallen nieuwe graankorrels erin.
’t Is vast geen toeval dat we juist in deze lentetijd ook het Paasfeest vieren. Dan denken we er aan dat Jezus dood ging, maar na drie dagen weer opstond uit het graf. Zijn dood leverde ons allemaal nieuw leven op, net als die ene graankorrel die weer een nieuwe korenhalm wordt. Ook Hij werd in de grond gestopt – dood – maar Hij kwam er nieuw en levend weer uit.
Dat is toch onmogelijk? In elk geval is het wonderlijk – net zo wonderlijk als het zaadje dat in de grond doodgaat en even later toch weer nieuw leven voortbrengt. Het is net alsof God in de natuur het bewijs heeft ingebouwd dat het kán. Elk jaar rond Pasen weer. Kijk maar om je heen: overal komt nieuw leven uit de grond als teken van het wonder van Pasen: Jezus leeft!

Als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht. (Johannes 12:24)


Maart 2007

Zonder water is het leven op aarde niet mogelijk. Gelukkig is zo’n 70% van de aarde bedekt met water, maar daarvan is slechts 0,5% drinkbaar… Daarom moeten we er zuinig en bewust mee omgaan. Wist je dat ook jouw lichaam voor 70% uit water bestaat? Water is dus voor ons leven en ons lichaam van levensbelang.
Misschien dat Jezus daarom ‘water’ als voorbeeld gebruikt om te vertellen hoe belangrijk God voor ons leven is. Zonder water kan een mens niet overleven, zonder water kan de wereld geen leefbare planeet zijn. Zonder God kun je dus ook niet overleven en is de aarde geen leefbare planeet. Want als je gelooft, krijg je Gods Heilige Geest om écht te kunnen leven. Dan ga je namelijk leven met liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing… (Galaten 5:22) Daardoor zal het leven voor de mensen om je heen een stuk prettiger zijn. Zie je wel: net zoals water is God onmisbaar voor een leefbare wereld!

“Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft.” Hiermee doelde Jezus op de Geest die zij die in hem geloofden zouden ontvangen. (Joh. 7:37-39)


Februari 2007

Een paar weken geleden was ik in de Turkse stad Istanbul. Eén van de mooiste gebouwen vond ik de Suleymanye-moskee. In een moskee komen moslims om te bidden of te luisteren naar een preek van de voorganger. Zo’n voorganger heet een imam. In die moskee kwam ik met de imam in gesprek en hij leerde me allerlei wetenswaardige dingen over zijn geloof.
Toen hij hoorde dat ik christen was, zei hij: “Christenen zijn rare mensen. Die komen niet naar de kerk om Gód te ontmoeten, maar om elkáár te zien.” Ik snapte niet helemaal wat hij bedoelde en daarom legde hij uit: “Jullie praten in de kerk veel met elkaar en na afloop van de dienst gaan jullie samen koffiedrinken en bijkletsen. Moslims komen naar de moskee om te bidden tot God en daarna gaan we weer naar huis. Als je met elkaar wilt kletsen kun je beter naar een café gaan!” Aha, ik snapte hem. Wel grappig dat verschil: wij vinden inderdaad de ontmoeting met elkaar ook best belangrijk.
Ik heb hem toen uitgelegd, dat christenen dat van Jezus hebben geleerd. Jezus liet zien, dat God liefde is. En wie de liefde van God voelt, zal dat ook weer laten merken aan anderen. Doordat Jezus voor ons wilde sterven, mogen wij Gods kinderen zijn en daarom hebben we als het ware een familieband met elkaar. In de eerste plaats komen we dus in de kerk om God te ontmoeten. Maar daarnaast zien we ook graag elkaar, onze broers en zussen – kinderen van God. Want in onze liefde voor elkaar zien we iets terug van Gods liefde voor ons.

Zoals Ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn. (Jezus in Johannes 13:34-35)


Eye-opener is de maandelijkse column van Ite op kinderpagina BASiC in de Griffel, het kerkblad van de Christengemeente Soest.