deel 1 Hongarije

 

deel 1 Hongarije
deel 2 Oostenrijk
deel 3 Duitsland
deel 4 Duitsland
Woensdag 6 juli
Nadat we om 6 uur waren opgestaan, vertrokken we om 7.30 uur, uitgezwaaid door buurvrouw Astrid. We hebben 600 km gereden en hadden veel regen onderweg. Rond vijf uur kwamen we aan op Camping Rangau te Erlangen vlak bij Neurenberg, waar we zouden overnachten. De tent moest worden opgezet in de regen. Tussen de buien door heeft Willy gekookt. Moe van de lange reis, gingen we maar vroeg naar bed.

Donderdag 7 juli

Om 7 uur opgestaan en vertrokken om 8.30 uur. In de regen opgebroken. Onderweg was het redelijk weer, af en toe een bui. We hebben 475 km afgelegd, zijn de grens met Oostenrijk overgegaan. ’s Middags vóór vieren vonden we al een heerlijk plekje op een kleine camping te Eschenau, in de buurt van St. Pölten. Terwijl de kinderen speelden in het speeltuintje, konden Ite en Willy rustig (in de zon!) de tent opzetten. We waren waarschijnlijk de eerste toeristen van het jaar, want alles moest speciaal voor ons geopend worden. De vaste gasten vonden het de belevenis van de week: toeristen! Na het eten een flinke wandeling gemaakt. Op deze afgelegen camping was het superstil en de lucht was erg schoon. We hebben lekker geslapen. Helaas, het regende ’s avonds en ‘s nachts weer, flinke hoosbuien.

Vrijdag 8 juli
In de regen weer de tent opgeruimd en verder gereden. Eerst heerlijke luxe broodjes gekocht bij een Oostenrijks bakkertje. Rond het middaguur de grens met Hongarije over. Ongeveer om 2 uur waren we op onze camping, camping Eden te Neszmely.

De tent opgezet en helemaal ingericht. Het weer was nog steeds niet zoals het moest zijn, maar er waren toch ook perioden met zon en de temperatuur is een stuk beter. De kinderen hebben de reis trouwens heel goed doorstaan en waren zelfs bij het inklappen en uitklappen van de vouwwagen heel lief, ondanks dat ze dan in de auto worden geparkeerd. De camping is nog heel erg leeg, maar dat zal binnenkort wel veranderen. Ons plekje is prima: ruim, dicht bij het water van de Donau, maar toch niet té, en vlak bij de toiletten etc. ’s Avonds hebben we gegeten in het restaurant van de camping: 2 schnitzels per persoon met patat, koolsalade en Griekse salade. De salade was lekker, de patat was redelijk, maar de schnitzels waren erg vet en gewoon mee gefrituurd. En het was véél te veel eten voor ons, we kregen het niet op. Voor Hongaarse begrippen was het ook nog aardig aan de prijs.

Zaterdag 9 juli
’s Ochtends hebben we broodjes gekocht in het winkeltje en lekker ontbeten. Daarna zijn we naar Tatabanja gereden naar de Spar hypermarkt en hebben daar de boodschappen gedaan. Daarna gingen Ite en Boaz zwemmen in het zwembadje, dat onverwarmd is. Willy bleef bij de tent, omdat Ezra zijn middagdutje probeerde te doen. (Dat lukt niet, maar hij lag ruim een uur rustig in bed te spelen en te teuten.) ’s Middags na het eten zou Boaz naar de kinderspelletjes gaan, maar die gingen niet door, omdat Boaz het enige kind was. We zijn met z’n vieren maar even in het speeltuintje geweest. Daarna hebben Ite en Boaz gevaren in de roeiboot op de Donau. Het weer was een heel stuk opgeklaard, lekker warm en redelijk zonnig. Daarna gingen ze samen met Ezra nog even zwemmen in het zwembadje, terwijl Willy het avondeten klaarmaakte: Nasi. We aten trouwens laat, omdat we ons prima vermaakten. ’s Avonds was er geen water, dat was lastig bij het douchen, maar nog lastiger voor het doorspoelen van de toiletten.’s Avonds kregen we van een campinggenote de tip om naar Visegrad te gaan, waar het jaarlijkse grote riddertoernooi werd gehouden. Met het vooruitzicht om dat mee te maken gingen we lekker slapen. De nacht was onze eerste droge nacht sinds we op vakantie zijn!

Zondag 10 juli

’s Morgens begonnen we weer met een lekker ontbijt van vers gebakken bolletjes. Ezra denkt steeds dat ze ‘au’ en ‘heet’ zijn, waarschijnlijk omdat we thuis wel eens bolletjes afbakken in de oven en die zien er net zo uit. Na het eten vertrokken we met de auto naar Visegrad, een flinke tocht langs de Donau via Estergom, waar de grootste basiliek van Hongarije boven de rivieroever verrijst. In Visegrad was het moeilijk om een plekje voor de auto te vinden, maar het lukte uiteindelijk toch. Het hele stadje was een drukte van belang: overal kraampjes met allerlei Hongaarse volkskunst: kleedjes, potten, houtsnijwerk, etc. En natuurlijk veel eetkraampjes. Het was druk en gezellig. Maar het ging uiteindelijk om de afsluiting van de driedaagse riddertoernooien. We moesten een uur wachten voordat we de ‘arena’ binnen mochten. En toen begon het ook nog eens te regenen. Gelukkig konden we redelijk schuilen bij de ingang en Ezra benutte het uurtje wachten door lekker te gaan slapen. De ordebewakers spraken ons aan, omdat we een beetje gevaarlijk stonden i.v.m. de stroom mensen die straks naar buiten zou komen voordat wij erin konden. We zeiden wat terug in het Duits en het Engels, maar ze begrepen ons niet. Toen haalden ze de cheffin van het zaakje erbij en die sprak perfect Duits. Ze wees ons een plek binnen de muren, waar we veilig konden wachten en als we naar binnen zouden gaan, moesten we maar direct links gaan. Toen we er uiteindelijk in mochten, bleek dat dit de VIP-plaatsen waren: heel ruim, perfect in het midden én overdekt tegen regen of felle zon. Toen de arena vol was, bleek dat er teveel mensen in de VIP zaten – wij dus ook, maar toen Ite vroeg of we dan op de trap van de VIP mochten zitten, werd dat toegestaan. We zaten en stonden daar eigenlijk optimaal. We maakten een show mee van 2,5 uur met boogschutterswedstrijden, riddergevechten met zwaarden, stokken en ander wapentuig, gevechten te paard, donderende kanonnen, een bestorming van een stadspoort, dansen en vaandelzwaaien. Het was indrukwekkend, prachtig en we verveelden ons geen moment. Boaz had popcorn gekregen en deelde dat lief met enkele Hongaarse meisjes. Als dank kreeg hij op een gegeven moment van één van hen spontaan een omhelzing en een zoen. Op de braderie kochten we voor hem nog een zwaard en een schild, zodat Boaz zich een echte ridder voelde. Terug op de camping ging Willy soep koken, terwijl de mannen zich in de speeltuin vermaakten. Als toetje kochten we een lekker ijsje. Daarna was het voor Ezra echt wel bedtijd. Boaz en Willy gingen nog naar de kinderbingo, Boaz snapte er niet veel van, maar vond het toch erg leuk.

Maandag 11 juli
Vandaag hebben we pa en ma Van de Groep maar eens gebeld, dat werd wel eens tijd. We bleven de hele ochtend op de camping. Het was zonnig, maar ook bewolkt en erg warm – dreigend onweer dus. Boaz heeft een vriendje gevonden: Jelmer. Ze deden allerlei spelletjes en speelden volgens Boaz ook sjoeleboele (=Jeu de boules). Samen gingen ze naar het knutselen. Ezra vermaakt zich prima alleen in het speeltuintje. Hij kan goed klimmen en klautert op toestellen waar Boaz niet helemaal bovenop durft. ’s Middags (na een stevige, korte onweersbui) gingen we boodschappen doen bij de Tesco megasupermarkt in Tatabanya. Terug op de camping werd de lucht paarsblauw en er kwamen echt enorme hoosbuien. Het water van de Donau begon te stijgen, in de hele avond wel een meter! De hele avond bleef het ook regenen. Rond 21.30 uur ontstond er consternatie: ook in Duitsland, Tsjechië, Oostenrijk en Slowakije was enorm veel regen gevallen, dus de Donau zou flink gaan stijgen en dan moet de camping ontruimd worden. Zeker wanneer er in voornoemde landen sluizen open gezet moeten worden om al het overtollige water kwijt te raken. Dat water zou dan bij ons in Hongarije terecht komen. De buitenste rand van de camping aan het water van de Donau werd al geëvacueerd. Wij stonden (voorlopig?) nog veilig. De hele nacht waren er patrouilles, dus zouden we indien nodig tijdig worden gewaarschuwd. Om 3 uur heeft Ite voor de zekerheid nog even gekeken en om 5 uur Willy, maar alles zag er nog niet zorgwekkend voor ons uit.

Dinsdag 12 juli
’s Ochtends verslechterde de situatie: nog steeds viel er veel regen, ook in de aanvoerlanden. Er volgden nog meer evacuaties. Wij zijn een twijfelgeval. Voor de zekerheid hebben we de koffers met kleding alvast in de auto gepakt. Het water steeg per uur 8 cm en dat kon je echt met je blote oog zien. De dreiging verbroederde wel: overal stonden mensen met elkaar te praten en waar nodig helpt men elkaar. Onze jongens konden en mochten de tent niet uit, dus zaten ze braaf de hele ochtend DVD’s te kijken – zo’n mini-dvdspelertje is echt een uitkomst! Om 14.00 uur organiseerden we een bioscoop met onze dvd’s in de gemeenschappelijke ruimte. Een hele club kinderen zat lief en stil te genieten van de films. Volgens de laatste berichten wordt de hoogste waterstand verwacht tussen woensdagochtend en donderdagavond, wij staan waarschijnlijk nog nét veilig: de straat voor onze tent is de grens waar het water zal komen. Uit voorzorg hebben we toch de voortent maar helemaal ontruimd, dan hebben we meer leefruimte binnen én zijn we in geval van nood sneller weg. Omdat de situatie nu redelijk stabiel leek, durfden we het aan om te gaan eten bij de McDonalds in Tatabanya. Veiligheidshalve hebben we ons mobiele telefoonnummer achtergelaten bij onze achterburen op de camping en bij de receptie. Toen we terug kwamen was het water niet verder gestegen. Het werd een rustige en grotendeels droge avond, eindelijk tijd om lekker te lezen. We zijn vroeg gaan slapen, rond half vier heeft Ite de boel nog een keer geïnspecteerd. Het water was wel hoger gekomen, maar alles was nog veilig. De nacht bleef droog en dat gaf moed.

Woensdag 13 juli

We werden zowaar wakker door de zon! De tent kon nu lekker drogen. Na het ontbijt gingen we naar de dubbelstad Komarom / Komarno, de ene helft ligt in Hongarije en de andere aan de overkant van de Donau ligt in Slowakije. Het is een behoorlijk saaie industriestad. We gingen de brug met de grens over (met nog een degelijke pascontrole) en even later maar weer terug. ’s Middags op de camping werden we een paar keer overvallen door plotseling opkomend onweer met stevige rukwinden en erg donkere wolken. De temperatuur daalt dan ineens ruim 5 graden. Maar even plotseling was het dan ook weer lekker droog en zonnig. Het water begon ineens enorm te stijgen, we staan nu zo’n beetje aan het water! Boaz speelde er in en liep naar een boot. Vervolgens ging hij twee meter verder naar een aantal struiken die nu half onder water staan. Daar bleek hij ineens niet meer te kunnen staan, maar… hij had geen zwembandjes om! Hij verdween steeds geluidloos onder water. Ite zag het door de videocamera gebeuren, sprong direct het water in en redde hem. Hij was bijna verdronken... Boaz kon het later duidelijk uitleggen wat hij allemaal dacht toen hij niet meer boven kon komen. Ook legde hij uit, waarom hij niet riep: als hij zijn mond zou open doen, zou er water in komen. Daarom hield hij die maar dicht. We zijn blij en dankbaar dat het zo goed is afgelopen!


Boaz en Ezra spelen in de overstroomde Donau,
op het plekje waar eerst onze overburen stonden.

We hebben een goedkope partytent gekocht en zetten die voor de tent om meer schaduw te hebben óf meer schuilplaats voor de regen. We hebben er lekker onder gegeten. Het water van de Donau bleef maar stijgen. We begonnen te twijfelen of we het droog zouden houden of dat we ook geëvacueerd zouden moeten worden. Ite bleef de hele nacht wakker en checkte om het halve uur hoe de stand van zaken was. Rond vier uur begon het water sterk te stijgen en om half 5 vond ook de nachtwaker het gevaarlijk worden. Het water had het slaapgedeelte van Boaz bijna bereikt. Dus Ite wekte Willy en samen gingen we de luifel en voortent verwijderen. Rond kwart over zes waren Boaz en Ezra wakker geworden van al het gedoe. Ezra werd in de auto gezet en Boaz werd opgevangen door de achterburen. We klapten de vouwwagen in en reden door het water naar een veiliger plek. We hebben een kampeerplek die gereserveerd is gekaapt, maar nood breekt nu eenmaal wet. Monika (de cheffin) sputterde hier trouwens ook helemaal niet tegen. Er zat gewoon niets anders op. We werden overigens voortreffelijk geholpen door een aantal wakkere campinggasten.

Donderdag 14 juli  (Feestdag in Frankrijk - Rampdag in Hongarije?)

Rond 7.15 uur stonden we op de nieuwe plek. Nu gingen we eerst de familie Pellegrom helpen. Zij hadden hun vouwwagen en tent al eerder verlaten om in een huisje te bivakkeren. Maar de vouwwagen en tent hadden ze laten staan, wellicht dat het water een klein beetje binnen zou komen, maar dan konden ze er later weer in als het water gezakt was. Opbreken van de door en door natte wagen zou de kar waarschijnlijk niet overleven: de planken waren zacht geworden. Maar nu stond het water dus kniehoog in hun vouwwagen, nog een paar cm. en het water zou ín de bak lopen, nu moest de wagen toch maar gered worden. Met een tiental mensen hebben we de vouwwagen uitgeklapt en al opgetild en op het droge gezet.Ondertussen bleef de Donau maar doorstijgen. Ook onze nieuwe plek werd al snel weer bedreigd en bij de familie Pellegrom was het al niet veel beter. We namen met vijf families het besluit om te vertrekken naar veiliger oorden. Drie gezinnen wilden naar het Balatonmeer, wij en de familie Pellegrom gaan kijken of de camping in Tata (ongeveer 15 km verderop, niet aan de Donau) een goed alternatief is. Het blijkt een enorm recreatiegebied te zijn met vijvers, meertjes en veel zwembaden, waaronder een heel leuk en ondiep kinderbad. Dat lijkt ons wel wat.

Terug op camping Eden gaan we inpakken, dat doen we niet zo gedegen omdat het maar voor een kort rit is. We zijn eerder klaar dan de Pellegrommetjes en vertrekken naar Tata. Daar aangekomen begint het weer te regenen. Wat blijkt: het campingterrein is door alle regen helemaal verzadigd met water en dus heel drassig geworden. De auto en vouwwagen lopen letterlijk vast in de blubber. We kunnen geen kant meer op. Het lukt Ite en Willy om de vouwwagen van de auto af te koppelen, maar door het draaien komt die alleen nog maar verder vast te zitten. De auto komt al helemaal niet meer in beweging. Gelukkig is er een ‘kleerkast’ in de buurt die ons helpt en samen krijgen we de vouwwagen weer op de betonnen weg. Maar de auto lukt absoluut niet. Ite gaat in de stromende regen het hele eind terug naar de receptie om hulp te halen. De receptioniste pleegt wat telefoontjes en meldt dat er hulp onderweg is. Ite gaat weer terug en komt even later tot zijn blijde verrassing een knipperlichtende Daewoo tegen met Willy achter het stuur. De hulp was zo snel bij de auto geweest, dat het met vijf man sterk gelukt was om de auto los te krijgen voordat Ite terug was. Gelukkig, maar wat nu?

We besluiten om terug te gaan naar Eden en daar een nacht door te brengen in een (duur!) huisje. Dan kunnen we tenminste lekker en onbezorgd slapen, Ite had tenslotte al ruim 36 uur niet geslapen. Dan gaan we morgen naar Oostenrijk en dan zien we wel weer verder. Maar Hongarije zijn we nu even helemaal zat. Op de terugweg komen we de familie Pellegrom tegen, samen met George Kuller een joviale en alleraardigste Almeerder, die samen met vrouw Carla en dochter Shirley iedereen op de camping helpt. We waarschuwen hen voor de camping in Tata en ook zij gaan terug naar Eden. We regelen de huisjes voor één nacht en gaan daarna lekker met de familie Kuller en Pellegrom uit eten bij een klein maar uitstekend restaurant. Zo kunnen we ons natte Hongarije-avontuur toch nog gezellig afsluiten. We hebben heerlijk gegeten en daarna ook heerlijk geslapen!

Gebruik het menu hieronder om naar de volgende pagina te gaan.

deel 1 Hongarije deel 2 Oostenrijk deel 3 Duitsland deel 4 Duitsland

Zó zag ons kampeerplekje er de volgende dag uit:

deel 1 Hongarije deel 2 Oostenrijk deel 3 Duitsland deel 4 Duitsland